Kwaliteitscriteria · laboratorium

De criteria voor een écht onafhankelijk laboratorium

Samenvatting

Een COA is nooit sterker dan het laboratorium dat het heeft afgegeven. Vier criteria bepalen of dat laboratorium daadwerkelijk onafhankelijk is: accreditatie onder ISO/IEC 17025, geen eigendomsrelatie met de leverancier, verifieerbaarheid van de resultaten, en een track record bij meerdere, niet-gelieerde opdrachtgevers. Dit artikel behandelt elk criterium apart, los van hoe HPLC en LC-MS als methoden precies werken.

Twee analyserapporten kunnen exact dezelfde methoden, dezelfde percentages en dezelfde opmaak tonen, en toch niet even overtuigend zijn. Het verschil zit zelden in de chemie en bijna altijd in de afzender. Een meting is pas bewijs als de partij die haar heeft uitgevoerd geen belang heeft bij de uitkomst. Dit artikel gaat daarom niet over wat HPLC of LC-MS meten, maar over hoe je beoordeelt of het laboratorium erachter die naam "onafhankelijk" ook verdient.

Waarom het laboratorium net zo zwaar weegt als de methode

HPLC en LC-MS zijn gevestigde, betrouwbare analytische technieken. Dat is nooit het zwakke punt van een certificaat van analyse. Het zwakke punt ontstaat wanneer de partij die de methode toepast, dezelfde partij is die belang heeft bij een gunstige uitkomst. Voor een uitleg van hoe die technieken zelf werken — identiteit, zuiverheid, chromatogram — verwijzen wij naar onze gids over hoe u een COA leest. Dit artikel richt zich uitsluitend op de vraag die daaraan voorafgaat: wie voert de meting uit, en is die partij te vertrouwen als onpartijdige bron?

Vier criteria om laboratoriumonafhankelijkheid te toetsen

Accreditatie onder ISO/IEC 17025

ISO/IEC 17025 is de internationale norm voor de competentie van test- en kalibratielaboratoria. Een geaccrediteerd laboratorium is periodiek beoordeeld op de betrouwbaarheid van zijn methoden, de kwalificatie van personeel en de traceerbaarheid van metingen. In Nederland voert de Raad voor Accreditatie (RvA) deze beoordelingen uit, en het accreditatienummer is op te zoeken in het openbare register van de RvA. Een laboratorium zonder vindbaar accreditatienummer levert geen extern getoetste garantie voor zijn eigen competentie.

Vereist

Geen eigendomsrelatie met de leverancier

Een laboratorium dat eigendom is van, of financieel afhankelijk is van, de partij die het geteste product verkoopt, heeft een economisch belang bij een gunstig resultaat. Dat hoeft niet tot bewuste fraude te leiden, maar het ondermijnt wel de onpartijdigheid die een certificaat zijn waarde geeft. Vraag naar de eigendomsstructuur, of controleer of het laboratorium onder een andere naam en een ander adres opereert dan de verkoper.

Vereist

Verifieerbaarheid van de resultaten

Een serieus laboratorium is rechtstreeks te bereiken, los van de verkoper die het certificaat aanhaalt. Een referentienummer, een klantenportaal of een directe contactmogelijkheid maakt het mogelijk om een certificaat te laten bevestigen bij de bron zelf. Een certificaat dat alleen via de verkoper te "controleren" is, biedt in feite geen onafhankelijke verificatie.

Vereist

Track record bij meerdere, niet-gelieerde opdrachtgevers

Een laboratorium dat structureel voor uiteenlopende, onderling niet-verbonden opdrachtgevers werkt, heeft een reputatie te verliezen die verder reikt dan één enkele klant. Een laboratorium dat uitsluitend of overwegend voor één leverancier lijkt te werken, mist dat onafhankelijke track record, ook als het formeel geen eigendomsband heeft.

Aanbevolen

Wat "onafhankelijk" niet betekent

Onafhankelijkheid is geen garantie voor foutloosheid. Ook een geaccrediteerd, extern laboratorium kan een meetfout maken, te maken hebben met meetonzekerheid, of een resultaat rapporteren dat achteraf bijstelling behoeft. Wat onafhankelijkheid wél doet, is het economische motief voor een gunstige uitkomst wegnemen. Een onafhankelijk laboratorium is daarmee een noodzakelijk, maar niet op zichzelf voldoende onderdeel van een compleet oordeel: het is één criterium naast andere, zoals de aanwezigheid van een kloppend batchnummer en een consistent chromatogram.

Hoe de vier criteria elkaar versterken

Geen van de vier criteria is op zichzelf doorslaggevend. Een laboratorium kan geaccrediteerd zijn en toch nauwelijks te bereiken zijn voor verificatie; een laboratorium zonder eigendomsband met een leverancier kan alsnog vrijwel uitsluitend voor die ene klant werken. Pas wanneer accreditatie, eigendomsonafhankelijkheid, verifieerbaarheid en een breed opdrachtgeversbestand samen aanwezig zijn, is er een stevige basis om een laboratorium als daadwerkelijk onafhankelijk te beschouwen. Ontbreekt één criterium, dan is dat geen reden voor paniek, maar wel een reden om gerichte vervolgvragen te stellen voordat een certificaat als afdoend bewijs wordt behandeld.

In de praktijk is dit een kwestie van enkele gerichte controles: het accreditatienummer opzoeken in het RvA-register, navragen of het laboratorium onder een ander bedrijf valt dan de verkoper, en beoordelen of er een directe, van de verkoper onafhankelijke contactmogelijkheid bestaat. Geen van deze stappen vereist gespecialiseerde kennis van chromatografie; ze vereisen vooral de bereidheid om verder te kijken dan het certificaat zelf.

De aansluiting bij het Nederlandse kwaliteitskader

De analytische standaarden die onafhankelijke laboratoria hanteren, staan niet los van het bredere regulatoire kader. Voor geregistreerde geneesmiddelen beoordeelt het CBG-MEB kwaliteitsdossiers mede aan de hand van de Europese Farmacopee (Ph. Eur.), het referentiewerk voor farmaceutische kwaliteitsstandaarden in de Europese Unie, en aan de hand van Good Manufacturing Practice (GMP). Een onafhankelijk laboratorium dat volgens ISO/IEC 17025 werkt, sluit aan bij diezelfde onderliggende principes van traceerbaarheid en methodevalidatie, ook wanneer het geteste product zelf geen geregistreerd geneesmiddel is.

Waar dit artikel niet over gaat

Dit artikel behandelt de geloofwaardigheid van het laboratorium zelf, niet de interpretatie van HPLC- en LC-MS-resultaten. Voor die technische uitleg, inclusief een geannoteerd voorbeeld, zie onze gids over het lezen van een COA.

De volledige gids

Alle verificatiecriteria op één plek

COA lezen, laboratoriumonafhankelijkheid beoordelen en vervalsingen herkennen — compact en zonder verkoopdruk.

Ontvang de gids

Veelgestelde vragen

Wat betekent een accreditatie onder ISO/IEC 17025?

ISO/IEC 17025 is de internationale norm voor de competentie van test- en kalibratielaboratoria. Een laboratorium dat onder deze norm is geaccrediteerd, is periodiek beoordeeld door een onafhankelijke accreditatie-instantie op onder meer de betrouwbaarheid van zijn methoden, de kwalificatie van personeel en de traceerbaarheid van metingen. In Nederland voert de Raad voor Accreditatie (RvA) deze beoordelingen uit.

Is een intern laboratorium van een leverancier altijd onbetrouwbaar?

Niet per definitie onjuist, maar wel minder overtuigend als bewijs. Een laboratorium dat eigendom is van, of uitsluitend werkt voor, de leverancier die het product verkoopt, heeft een economisch belang bij een gunstig resultaat. Dat ondermijnt de onpartijdigheid die een kwaliteitsdocument zijn bewijskracht geeft, ook als er geen sprake is van bewuste fraude.

Betekent "onafhankelijk" dat een laboratoriumresultaat altijd correct is?

Nee. Onafhankelijkheid vermindert het risico op belangenverstrengeling, maar sluit menselijke fouten, meetonzekerheid of incidentele afwijkingen niet uit. Een onafhankelijk laboratorium is één stuk bewijs binnen een breder geheel van criteria, niet een garantie die alle andere controles overbodig maakt.